Battersea 02.jpg

Geboren in een ver verleden.

 

Tijdens dit semester ga ik opzoek naar de kern van mijn bestaan. Een zoektocht naar de relatie tussen mijn belevingswereld en het beeldende werk dat hieruit voortvloeit. Het zal een kruistocht worden waarin ik mijn geloof wil bevestigen maar tevens bestaande conclusies ga herzien en bevragen. Het (eigen gemaakte) werk dat ik ter discussie stel zal in de afgelopen 5 jaar gemaakt zijn. Dat wil zeggen; na mijn studie op de Design Academy te Eindhoven. Dit werk is ontstaan uit een drang om het te maken, te communiceren met mijn passie en waar mogelijk te delen met de wereld om mij heen. Het werk is van mij, maar ontstaan uit een ver verleden dat steeds verder uit zicht lijkt te raken. 

 

Na jaren van onderzoeken, bevragen en experimenteren weet ik inmiddels dat mijn werk voortvloeit uit vehikels uit het verleden. Dat wil zeggen; vaar, voer en vliegtuigen die stammen uit de periode tussen 1940 en 1970. Binnen deze 30 jaar hebben er op technisch gebied veel ontwikkelingen plaatsgevonden, resulterende in iconische machines die het verloop van de 20e eeuw domineerden. Mede door de oorlogsjaren werden vliegtuigen in een genadeloos tempo doorontwikkeld. De slag om Engeland, Mid-way of centraal Europa was hun podium. Terugkijkend is het onvoorstelbaar hoeveel stappen er in die tijd gemaakt zijn – laat staan de omstandigheden waarin dat moest gebeuren. De daaropvolgende vredesjaren gaven ruimte voor een gezondere vorm van rivaliteit tussen verschillenden partijen. Zo bevochten autofabrikanten elkaar in de jaren 50 en 60 tijdens legendarische races zoals de Mille Miglia, de 24 uur van Le Mans of de legendarische Panamerika rally. Een tijd waarin alles nog kon, maar verandering al op de loer lag. Het zou niet lang meer duren voordat de computer, een ongekende variatie aan kunststoffen en veiligheidseisen hun intreden zouden doen. Een tragedie voor een purist. Aangenaam, mijn naam is Daan Steinhaus. 

 

Als kind was ik verlegen. Je kon mij het beste in een hoekje zetten met wat speelgoedauto’s. Uren kon ik mij daar vermaken. Al kijkende naar de schaalmodellen plaatste ik mijn hoofd zo dicht mogelijk bij de grond om het perspectief zo realistisch mogelijk te laten lijken. Hoe onbewust ik dat toen ook deed, vanaf die dag was mijn identiteit geboren en begon ik op mijn eigen manier naar de wereld te kijken. Er waren blijkbaar vormen die mij ongekend konden boeien, vormen die iets in mij wisten te raken. Van een fascinatie had ik toen nog nooit gehoord maar later zal ik nog vaak terugdenken aan dat moment. Door de jaren heen kreeg ik steeds meer oog voor spannende vormen, competitieve voertuigen, militair materieel en slanke vliegtuigen. Alles dat gevormd was door een heldere functie trok mijn aandacht. ‘Form Follows function’ is één van de eerste ‘vormgevers-termen' die ik leerde kennen sinds dit mijn begeerde vehikels het beste omschreef. In essentie waren ze net als de natuur; hard, helder en adembenemend schoon. Ontdaan van alle onnodige ballast. Ieder onderdeel had een taak, iedere vorm een duidelijke functie, iedere glooiing een helder bestaansrecht. 

 

Eenmaal bewust van mijn fascinatie, ging ik opzoek naar een plek om deze verder te ontwikkelen. Ik zocht een plek waar ik de taal van mijn iconen kon leren lezen en spreken. Ik vond mijzelf een plek op de Design Academie te Eindhoven waar ik al snel omringt was door mede ‘vorm liefhebbers’ van over de hele wereld. Ook hun spraken over liefde voor vormen en ieder had zijn of haar eigen held. Opmerkelijk was dat veel studenten een persoon adoreerden die een naam binnen ‘de wereld van design’ hadden verworven. Namen als Marcel Wanders en Maarten Baas waren bijvoorbeeld hun voorbeelden. Zij, wouden graag als hun worden. Hoewel ik het werk van vele designers kan waarderen, zijn het voor mij nooit echte inspiratiebronnen geweest. Nee, voor de echte ervaring moest ik toch elders zijn, ergens waar ik die ‘vehikels uit het verleden’ kon ontmoetten. Of dit nou een levensechte Supermarine Spitfire ‘fly by’ was of een gehavende Jaguar D-type die de pit-straat binnen strompelde, die enkele seconden dat ik daar toeschouwer van mocht zijn waren voor mij de ware bron van inspiratie. Ik wou graag worden, zoals hun die machines veilig thuisbrachten. 

 

Hoewel ik tijdens mijn studie vaak namen als Donald Campbell en Stirling Moss naar de tafel bracht, heb ik wel degelijk iets geleerd over de wereld van design en de status quo die daaraan verbonden is. En, om eerlijk te zijn ben ik soms jaloers op de vertalingen die daar gemaakt worden. Meestal niet zo puur en onversneden als mijn eigen geloof dicteert, maar wel degelijk haalbaar en uitgevoerd. Het zijn de vormgevers die het compromis vinden tussen fictie en werkelijkheid. Die het verschil kennen tussen nostalgie en commercie. Mannen en vrouwen die je kan googelen, inclusief resultaten. Het zijn de vormgevers waar ik van kan leren, daarom zal ik er een aantal behandelen die mij beïnvloed hebben en tevens iets over mijn eigen zoektocht kunnen zeggen.

 

Marc Newson is voor mij zo’n voorbeeld. Voor de meesten bekend van zijn ‘Lockheed chair’ of simpelweg als een bevlogen vormgever waar ik regelmatig boos op ben geweest. De reden is doodsimpel; hij maakt wat ik zou willen maken. Het is mij meer dan eens overkomen dat ik midden in de nacht mijn zoveelste schets had afgerond, gebalanceerd en uitgekleed tot de essentie. Om vervolgens nagenoeg hetzelfde ontwerp in het oeuvre van Newson aan te treffen. Een directe treffer in het hart, keer op keer. Naast zijn genagelde sofa maakt deze ontwerper talloze producten met referenties naar de wereld van mijn dromen. Met name de ‘Event horizon table’ is voor mij de definitie van een tijdloos en ongekend sexy ontwerp. Bestaande uit enkel geklopte aluminium platen weet Newson in samenwerking met een ‘Aston Martin body shop’ tafels te creëren die de samenvatting zijn van al het schoons dat ooit de lucht heeft bevochten. Jaloersmakend, keer op keer. (Projects - Event horizon. , 1992).

 

Ook Alfredo Häberli is voor mijn een interessante naam die ik toegeworpen kreeg van een bezoeker tijdens mijn deelname aan de Dutch Design week (DDW). Daar mochten wij onszelf als vers afgestudeerde studenten aan de wereld presenteren. Een fijne kans om met design-liefhebbend publiek te praten en zo ook met een jonge Zweedse student die mij ergens wist te adoreerde. Wat ik maakte wou hij ook, wat Alfredo Häberli maakte wou ik vervolgens weer graag. In samenwerking met het BMW-designteam ging Alfredo aan de slag gegaan met de toekomst van mobiliteit. In een video gemaakt door Designboom is te zien hoe zij  binnen 6 maanden een abstracte schets naar een allesomvattende toekomstvisie vertalen. Samen met het BMW-team resulteert dit in een serie gigantische prototypes die de afwerking van een premium auto hebben. Tijdens de film spreekt Alfredo over zijn intenties; “I try with view lines, to give shape to the mobility of the future”. Vervolgens beschrijft hij waar zijn toekomst vehikel aan moet voldoen; “it should not be a plane, not a car and not a ship. It should be something totally new”. Wat voor mij weer een enorme stimulans is om mijn werkzaamheden voort te zetten – zeker sinds ik op het randje van de abstractie weet te werken. Tot slot; zijn handschrift vertoont akelig veel gelijkenissen met die van mij, hij omschrijft het als; “my handwriting is the endless lines”. Ofwel; tijdens die DDW had ik mijn nieuwe voorbeeld, inspirator en leermeester gevonden! (chin, 2015).

 

Zoals Marc Newson en Alfredo Häberli demonstreren, zijn er tijdens mijn studie meerdere namen op het lijstje gekomen die mij op een bepaalde manier beïnvloed hebben. Zo brak Philippe Starck alle traditionele conventies van de superyacht-wereld toen zijn ‘zeilboot A’ en ‘motorjacht A’ de oceaan betraden. Piet Mondriaan leerde mij over de abstractie en het vertalen van de essentie naar een nieuwe werkelijkheid. Joseph Klibansky liet mij zien dat het maken van bronzen sculpturen lucratief kan zijn, zelfs wanneer deze aan de lopende band vervaardigd zijn. Maar bovenal; Marcel Duchamp demonstreerde middels zijn ‘fountain’ dat een object, hoe alledaags het ook mag zijn, in een handomdraai kan veranderen in een statement piece. Hoewel alle namen een web om mij heen vormen, blijven het voorbeelden van vertalingen. Mijn inspiratie komt elders vandaan, deze namen zijn voor mij vooral voorbeelden hoe je het zou kunnen presenteren, verkopen of verbeelden. 

 

Gesproken over verbeelding, Ik herinner mij een schilderij waarin de laatste daad van Jan van Speijk wordt afgebeeld. Van Speijk is een Nederlandse zeeheld die in 1831 het ultieme offer maakte en mij hiermee wist te raken. In het schilderij wordt de situatie afgebeeld waarin van Speijk (bevelhebber van een kanonneerboot) op het punt staat om zijn vaartuig inclusief opvarende in een waar inferno te transformeren. Sinds hij door een storm op de klippen was gelopen voor de kust van onze voormalige vijand België, was de dienstplichtige officier vestberaden om zijn glorieuze schip niet ten prooi te laten vallen aan vijandige plunderaars, muiters en toekomstige wadlopers. Zijn besluit; het buskruit doen ontbranden om zo met een ongelofelijke knal de wereld te verlaten. Wat het portret voor mij zo speciaal maakt is dat van Speijk nog midden in het leven staat, vol passie en levenslust. Aangekleed als luitenant ter zee van de Hollandse marine, zijn franjes en medailles netjes gepoetst en zijn haar nog in de plooi. Het toonbeeld van gezag, loyaliteit en volmaaktheid in vol ornaat – dat binnen een luttele seconden zal veranderen in een gehaktbal van duizend stukjes! Het ultieme offer, is dat nou schoonheid? (Redactie Zeeuwse Ankers, n.d.).

 

Hoewel de dood schoonheid kan bevatten, is het slechts een eenmalige tool die doorgaans vermeden wordt. Jezelf op het randje van ‘leven & dood’ bevinden is weer een heel ander verhaal – bijna doodgaan is namelijk heel spannend! Of zoals de artiest Michael Andrews in zijn nummer verwoord: “dreams in which I'm dying are the best I ever had”. De aanwezigheid van de dood kan dus een wezenlijke bijdrage leveren aan een spannend leven. “Living on the edge” hoor je mensen wel eens zeggen, iets dat mijn helden uit het verleden goed begrepen. Samen met hun vehikels gingen zij het avontuurt tegemoet alsof de duivel ze achterna zat. Ze vroegen het uiterste van hunzelf en de machine waardoor eigenlijk alles wat ze deden gevaarlijk was. Sir Stirling Moss reed in 1955 zijn Mercedes-Benz 300slr naar een overwinning tijdens de Mille Miglia. Dit was een race van 1000 mijl (1597km) die zij binnen slechts 10 uur wisten te voltooien. Dat wil zeggen; een gemiddelde van 160 km per uur over de openbare weg, door dorpjes en over kronkelende landwegen. En dat te bedenken dat het 65 jaar geleden gebeurde. Een tijd waarin auto’s geen ABS, geen tractiecontrole, geen airbags, geen stuurbekrachtiging en navigatiesysteem hadden. Het was een open auto, overgeleverd aan de elementen zonder enige vorm van comfort. Machines waarin de piloten grote brillen en kleine helmpjes droegen die meer en meer die met stof en olie besmeurt raakten gedurende de race. 

 

Wat deze mannen presteerden is voor mij de ultieme vorm van schoonheid. Een symbiose tussen mens en machine, mij eeuwige bron van inspiratie. Iets dat ik ambieer, adoreer en begeer. Iets dat ik dagelijks probeer te vinden in mijn eigen bestaan. Een fascinatie, hartstocht en een intens verlangen. Iets dat zich als geheel lastig laat vangen, maar dagelijks in kleine porties aanwezig kan zijn. Om deze relatie enigszins inzichtelijk te maken, zal ik een aantal situaties schetsen die inzicht geven in de verschillende fases waarin deze relatie dagelijks tussen mens en machine kan ontstaan. Ik heb het verdeeld in 4 verschillenden gebieden namelijk; de ontmoeting, een dialoog, een worsteling en tot slot; de dans. 

 

De ontmoeting. Mens en machine ontmoeten elkaar geregeld. Je zet een kop koffie, je open de koelkast, je bekijk de mail op de telefoon. Deze korte ontmoetingen zijn te vergelijken met een wandeling door de stad. Tijdens deze wandeling zie je mensen, je verneem ze, groet ze maar je vervolg vooral de wandeling. Je hebt de mensen waargenomen maar niet bewust bekeken, gesproken of onthouden. Ze waren simpelweg onderdeel van het decor waar jij zojuist onopgemerkt doorheen bent gelopen. 

 

Een dialoog. Mens en machine kunnen ook met elkaar praten. Op dat moment ben je bewust met je handeling bezig en mag de aandacht eigenlijk niet verslappen. Je ben dan bijvoorbeeld aan het autorijden in de sneeuw, een belangrijke mail aan het typen, de oven aan het instellen. Dit is als een gesprek op straat. Je zie iemand lopen en spreek deze persoon aan. Jullie praten, wisselen van gedachten en zijn op een zekere manier geïnteresseerd in elkaar. Je ben je bewust van het contact en kan het gesprek ongetwijfeld herinneren. 

 

De worsteling. Dit is wanneer mens en machine elkaar voor het eerst ontmoeten, of in een geheel andere context dan normaal treffen. Ze schrikken van elkaar, hadden het niet verwacht, waardoor een worsteling kan ontstaan. Ze weten niet goed hoe ze elkaar moeten groeten of benaderen. Je snap bijvoorbeeld de knopjes van een machine niet, de auto glijdt over de sneeuw richting de berm, de kettingzaag is te sterk en gevaarlijk. Dit is als iemand ontmoeten die je liever niet wil zien, zeker niet op dat moment, niet nu. Het is als je beoogde-liefde tegenkomen als jij jezelf ziek en lelijk voelt, het kan zijn als iemand die jou klein of onzeker laat voelen, simpelweg door zijn of haar aanwezigheid. 

 

De dans. Dit is voor mij de ultieme vorm en vind plaats wanneer mens en machine partners worden. Samen zoeken we, aftastend bouwen we een intieme band op. We spelen, genieten en vullen elkaars gebreken aan. Dit is wanneer je zonder te kijken de nietmachine gebruikt, de slippende auto opvangt met een elegante stuurbeweging, de kettingzaag hanteert als een vulpen en wanneer jij samen met de machine een onvergetelijk verhaal schrijft. Dit is als dat bijzondere gesprek met iemand die je in jaren niet hebt gezien, die ene middag met je inmiddels overleden opa, die keer dat je samen op het strand de nacht doorbracht. Het zijn herinneringen die moeilijk opnieuw te creëren zijn en zich zelden tot nooit zullen herhalen. Het zijn die herinneringen die zich diep wortelen en er altijd zullen blijven. Jij en de machine, jullie brengen elkaar naar een hoger en ongekend niveau. 

 

Mijn inspiratie komt dus niet uit de wereld van kunst of design. Zeker zijn er voorbeelden te vinden die mij aanspreken, inspireren en aanmoedigen om verder te gaan met het creëren.

Echter komt de inspiratie uit de echte wereld, al dan wel niet uit een vervlogen wereld. Een vervlogen wereld die ik op alles in het heden probeer te projecteren om het opnieuw te creëren. Doorgaans vormt ‘de worsteling’ of ‘de dans’ hiervoor een interessante bron van inspiratie. Of het nou een eigen ervaring is of een geleend avontuur, dat maakt nog niet eens zo veel uit. Het is van belang dat ik het heb gezien en gevoeld, zeker sinds het zich maar zelden aandient. Daarom is het noodzakelijk om het dagelijkse leven te filteren. Dit doe ik middels mijn bril waardoor ik naar de wereld kijk, een bril die filtert en bestaat uit 2 verschillende glaasjes. 

 

Het eerste glas filtert het alledaagse weg, deze laat enkel de buitengewone beelden door. Het tweede glaasje is een filter dat beïnvloed wordt door mijn fantasie en maakt de beelden nog mooier dan ze werkelijk zijn. Ik leef dus niet perse in de werkelijkheid, ik filter, tot de werkelijkheid op mij lijkt. Door de jaren heen heb ik tools ontwikkeld om deze visuele ervaringen te vertalen naar beelden. Ik heb geleerd om ze niet exact to kopiëren maar te vertalen naar iets nieuws. Een nieuw beeld dat slechts de essentie van het originele vangt. Ik maak dus beelden die mijn verlangens samenvatten. Mijn werk is zoals veel elementen uit mijn leven geïnspireerd op de romantiek van het verleden. Rauwe machines, erbarmelijke omstandigheden, afzien en overwinnen. Tijdens deze verhalen staat de altijd machine centraal en staan zij op het punt om een onvergetelijk verhaal te schrijven. 

 

Als ik begin met het ontwerpen, probeer ik eerst een algemene vorm te vinden, Vaak zijn dit lange slanke objecten die van nature een duidelijk richting hebben – stilstaand gaan zij al vooruit. Deze hoofdvorm moet tijdloos zijn, een samenvatting van wat geweest is en mogelijk nog komen gaat. Noem het retrofuturisme, gevangen in een zachte vorm, met heupen, een neus en billen. Iets waarin je kan zitten, rijden varen of vliegen. Vervolgens ga ik opzoek naar de menselijke maat. Hoe zou iemand het kunnen bedienen? Wat is de rol tussen de piloot en het vlieg, vaar of rijtuig? Vervolgens kijk ik naar het originele object en probeer ik de meest belangrijke karakteristieken eruit te filteren, de rest laat ik in het verleden. Het heeft voor mij geen zin om de historie exact te kopiëren – een belangrijke les die ik geleerd heb. Wanneer ik eenmaal de balans tussen heden en verleden heb gevonden, ga ik detailleren. Dat wil zeggen het nieuwe object aankleden met verwijzingen naar schaal, functie en context. Wanneer ik bijvoorbeeld een klein trappetje naast het object plaats, geeft dit al een suggestie van de menselijke maat en zijn aanwezigheid. 

 

Ik maak samenvattingen van iconen, gecomprimeerd tot het meest noodzakelijke. Van daaruit suggereer ik een toekomst vol spanning en avontuur. Geen afgeronde randjes en veiligheidsnetten, slechts de mens en de machine die kunnen praten, worstelen en dansen. Ik vang ze in vormen, lang en slankgerekte volumes gevuld met nostalgie. Mijn inspiratie komt voort uit gevecht of competitie, ter land, te zee of in de lucht. De vertaling mag een functioneel gebruiksvoorwerp worden, maar dit is geen vereisten. Het gaat mij om het gesprek dat plaatsvindt, een dialoog tussen mij en de machines uit het verleden. Ik wil ze aanraken, begrijpen en begeren. Herleven, voelen en in de essentie opnieuw creëren. Samen, even in het heden. 

 

Als persoon kan ik niet anders dan terugkijken naar het verleden, als ontwerper moet ik vooruitkijken en leef ik in het heden. Retrofuturisme, is de noemer voor mijn zoektocht naar identiteit, een gesprek dat ik nog lang zal voeren. Tijdens mijn opleiding aan de Design Academie heb ik de tools ontwikkeld om vorm te geven aan deze verlangens. Ik wist, stap voor stap mijn dromen te reconstrueren en ze te vertaal naar beelden om te delen. Zo hoop ik op mijn beurt, weer anderen te inspireren.

 

Mijn werk, dat ben ik. 

Battersea 04.jpg

Bibliography

chin, a. (2015, maart 26). Spheres. BMW Design cooperation with Alfredo Häberli. Retrieved from Desigboom: https://www.designboom.com/design/alfredo-haberli-bmw-milan-design-week-03-26-2015/

Projects - Event horizon. . (1992). Retrieved from marc-newson.com:

https://marc-newson.com/event-horizon/

 

Redactie Zeeuwse Ankers. (n.d.). verhaal - Jan van Speijk . Retrieved from zeeuwseankers: https://www.zeeuwseankers.nl/verhaal/jan-van-speijk-held-of-pias